Diergezondheid & Dierenwelzijn
Haalbaarheidsstudie naar implementatie Continue WelzijnsMonitor (CWM) voor melkveehouders
Validatie van CWM voor het regulier meten van dierenwelzijn op melkveebedrijven op basis van routinematig verzamelde gegevens.
De Nederlandse melkveehouderij onderkent al geruime tijd het belang van dierenwelzijn. KoeKompas, het managementsysteem dat diergezondheid, dierenwelzijn en de mogelijke risico's op het melkveebedrijf in kaart brengt, is daarom uitgebreid met aspecten van Welfare Quality - de nationale en Europese standaard voor welzijnsmeting. Jaarlijkse herhaling van KoeKompas creëert een verbetercyclus op basis van een actuele risico-inventarisatie en evaluatie van melkkwaliteit, diergezondheid en welzijn van de veestapel.
Welzijnswaarnemingen volgens Welfare Quality zijn echter relatief kostbaar en arbeidsintensief, wat frequente herhaling belemmert. Daarom werd tussen 2008 en 2012 op verzoek van de zuivelsector de Continue WelzijnsMonitor (CWM) ontwikkeld en gevalideerd: een kosteneffectief en arbeidsextensief instrument dat dierenwelzijn continu inzichtelijk maakt op basis van routinematig verzamelde gegevens.
De huidige CWM kent echter beperkingen. Een deel van de parameters is gebaseerd op MPR-data (vruchtbaarheid en melkcontrole), die niet voor alle Nederlandse bedrijven beschikbaar is (maar voor circa 75%). Daarnaast zijn nieuwe databronnen beschikbaar gekomen die van toegevoegde waarde kunnen zijn voor de CWM, zoals MediRund (medicijngebruik) en NVWA Inspect (slachtbevindingen). Tot slot hebben in de sector veel veranderingen plaatsgevonden, waardoor het bestaande instrument waarschijnlijk niet meer aansluit bij de huidige situatie op bedrijven.
Dit vormt de aanleiding voor het huidige onderzoek.
Doel van het project
Het doel van dit onderzoek is de haalbaarheid te verkennen voor het ontwikkelen en valideren van een monitoringsinstrument voor dierenwelzijn (CWM) op basis van routinematig verzamelde gegevens. De ontwikkelde CWM moet onderscheidend zijn voor classificatie van een verhoogd risico op verminderd dierenwelzijn op melkveebedrijven. Het instrument moet daarbij bruikbaar zijn voor het monitoren van dierenwelzijn op sectoraal niveau in zowel de zomer- als winterperiode.
Bij de doorontwikkeling van de CWM worden de volgende voorwaarden in acht genomen:
- De CWM moet bruikbaar zijn voor het betrouwbaar schatten van het welzijnsniveau op sectoraal niveau in zowel de winter- als zomerperiode.
- De CWM kan op efficiënte en objectieve wijze een continu indicatie geven van het dierenwelzijn.
- De CWM moet bruikbaar zijn voor álle melkveebedrijven en melkveehouders moeten de totstandkoming van de inschatting van welzijn voor hun bedrijf begrijpen.
- De CWM moet aansluiten bij de huidige situatie op het melkveebedrijf.
- De CWM moet potentie laten zijn om in de toekomst eventueel individuele bedrijven met een verhoogd risico voor verminderd dierenwelzijn aan te wijzen. Zo kan aan deze bedrijven gericht aandacht worden besteed opdat het welzijn wordt verbeterd.
Resultaten
Het resultaat van dit project is een rapportage waarin staat beschreven:
Fase 1: Onderzoek en analyse van de CWM en validatie in zowel de winter- als zomerperiode
1) Samenstellen en afstemmen van het onderzoeksplan met een team waarin experts van verschillende academische instellingen, sectorvertegenwoordigers, dierenartsen en veehouders zitting hebben.
2) Beschrijving van kengetallen, inweging en normwaarden in de gekalibreerde CWM die beschikbaar is voor alle melkveebedrijven.
3) De gevoeligheid en specificiteit van de gekalibreerde CWM in de winter- en zomerperiode ten opzichte van de algemene indruk van dierenwelzijn bepaald door de dierenarts op basis van een protocol waarin aspecten uit KoeKompas, de welzijnswijzer en Welfare Quality zijn opgenomen.
4) Analyse van de sterke/zwakke punten, kansen en risico’s van de CWM in winter- en zomerperiode en zowel op sector- als bedrijfsniveau.
5) Resultaten van de belangrijkste bevindingen en aanbevelingen die gedaan zijn aan de, voor de validatie, bezochte bedrijven.
Op basis van de resultaten van fase 1 volgt een besluitvorming over vervolg met een go/no-go. Bij zowel een go als bij een no-go worden de resultaten uit fase 1 beschikbaar gesteld via een Nederlandstalige publicatie in een vaktijdschrift voor dierenartsen en melkveehouders.
Fase 2: Feedback rondes met betrokken veehouders en wetenschappelijke toetsing van de CWM
Feedback van de betrokken veehouders op de CWM, waar deze verbeterd kan worden en hoe een bruikbaar bedrijfsoverzicht eruit moet zien. Daarnaast wordt een artikel geschreven van de resultaten van dit validatieonderzoek, dit wordt aangeboden bij een wetenschappelijk tijdschrift.
Op basis van de resultaten van fase 1 en 2 van het project wordt besloten óf en hoe de CWM geïmplementeerd gaat worden. Als besloten wordt tot implementatie wordt verdergegaan met fase 3.
Fase 3: Doorontwikkeling richting routinematige implementatie
In deze fase wordt een implementatieplan uitgewerkt en wordt de CWM klaargemaakt voor routinematige sectorale implementatie. Optioneel kan gekozen worden tot het nemen van een aantal extra stappen om te komen tot implementatie van een systeem op individueel bedrijfsniveau (stap 3). Daadwerkelijke routinematige implementatie valt buiten de scope van het project.
Projecttitel
Haalbaarheidsstudie naar implementatie Continue WelzijnsMonitor (CWM) voor melkveehouders
Opdrachtgever(s)
ZuivelNL
Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Uitvoerder(s)
Royal GD
Wageningen University & Research
Universiteit Utrecht Faculteit Diergeneeskunde
CRV
Status
Lopend
Looptijd
2023 - 2027
Budget totaal
€ 783.828 (ex. btw)
Bijdrage ZuivelNL
€ 313.531 (ex. btw)