33e World Buiatrics Congress: Minder kreupele koeien door bedrijfsspecifieke aanpak

Een goede klauwgezondheid vraagt om meer dan kennis alleen. Juist de vertaling naar concrete maatregelen op het eigen melkveebedrijf is belangrijk. Tijdens het 33e World Buiatrics Congress in Istanbul werden 2 Duitse praktijkprojecten gepresenteerd waarin melkveebedrijven samen met klauwspecialisten werkten aan een bedrijfsspecifieke aanpak.

In het eerste praktijkproject daalde op 5 melkveebedrijven met veel kreupelheid het aandeel kreupele koeien na de invoering van bedrijfsspecifieke actieplannen van 54 naar 32 procent. Het tweede praktijkproject onderstreepte het belang van geschikte behandelvoorzieningen, training, vaste behandelprotocollen en systematische registratie. De resultaten zijn veelbelovend, maar door het kleine aantal melkveebedrijven en het ontbreken van een controlegroep kan geen oorzakelijk verband worden vastgesteld.

Internationale kennisuitwisseling tijdens WBC 2026

Van 6 tot en met 10 september 2026 vond in Istanbul het 33e World Buiatrics Congress (WBC2026) plaats. Dit internationale congres brengt dierenartsen, onderzoekers en andere deskundigen op het gebied van herkauwers samen om wetenschappelijke inzichten en praktijkervaringen uit te wisselen.

Tijdens het congres werden onderzoeken gepresenteerd over uiteenlopende onderwerpen, waaronder diergezondheid, dierenwelzijn, voeding, vruchtbaarheid en ziektepreventie. Ook klauwgezondheid, klauwaandoeningen en kreupelheid bij herkauwers kwamen aan bod.

Een van de congresbijdragen was van F. Rachidi, L. Vogel en collega’s, verbonden aan onder meer de kliniek voor herkauwers en varkens van de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Leipzig. Zij beschreven 2 Duitse praktijkprojecten naar een bedrijfsspecifieke aanpak van klauwgezondheid, met begeleiding door klauwspecialisten.

Aandeel kreupele koeien van 54 naar 32 procent

Kreupelheid is een belangrijk gezondheids- en welzijnsprobleem bij melkkoeien. Bovendien brengt het kosten met zich mee door onder andere behandelingen en productieverliezen. Hoewel veel kennis beschikbaar is over de oorzaken en behandeling van klauwaandoeningen, blijkt de toepassing daarvan op melkveebedrijven niet altijd eenvoudig.

In het eerste project werden tussen 2017 en 2019 5 melkveebedrijven in Oost-Duitsland begeleid. De bedrijven hadden gemiddeld 675 melkkoeien en waren geselecteerd vanwege een hoge prevalentie van kreupelheid.

De onderzoekers beoordeelden de koeien en brachten per bedrijf mogelijke risicofactoren in kaart. Daarbij keken ze onder andere naar huisvesting, voeding, management, klauwverzorging, behandeling en registratie van gezondheidsproblemen. Vervolgens stelden de melkveehouders en betrokken adviseurs gezamenlijk een bedrijfsspecifiek actieplan op. De uitvoering werd begeleid en tijdens vervolgbezoeken waar nodig aangepast.

Ongeveer 6 maanden na het eerste bedrijfsbezoek was de gerapporteerde kreupelheidsprevalentie afgenomen van 54 naar 32 procent. Ook de registratie van klauwproblemen en de gerichte inzet van klauwverzorging en behandeling verbeterden.
De gemiddelde melkproductie steeg licht, van 9.779 naar 9.825 kilogram melk per koe per lactatie. Ook de gemiddelde levensproductie nam toe, van 31.635 naar 32.616 kilogram. Omdat het onderzoek geen controlegroep had, kan niet worden vastgesteld in hoeverre deze veranderingen rechtstreeks door de maatregelen zijn veroorzaakt.

Geschikte behandelvoorzieningen zijn een belangrijk onderdeel

Een opvallende uitkomst was dat de inrichting en locatie van de behandelplek op verschillende bedrijven een belemmering vormden voor goede klauwzorg. Ongunstige werkomstandigheden maakten het lastiger om koeien veilig en efficiënt te behandelen. Vooral de behandeling van ernstig kreupele koeien en koeien met ingewikkelde klauwaandoeningen kon daardoor problematisch zijn.

Deze bevinding vormde de aanleiding voor een tweede project. Tussen 2022 en 2024 werden 2 melkveebedrijven met 540 en 1.100 koeien intensief begeleid. Op beide bedrijven werden geschikte behandelplekken ingericht, geïntegreerd in de bestaande stal.

Bekijk een video over de 2 bedrijven en hun behandelvoorzieningen en een afbeelding van een van deze behandelboxen hieronder.

Afbeelding: Behandelplek op een van de twee melkveebedrijven, zoals getoond in de video over de inrichting van geschikte behandelvoorzieningen

Daarnaast kregen medewerkers, klauwverzorgers en dierenartsen training. Vaste behandelprotocollen werden ingevoerd, klauwaandoeningen werden systematisch geregistreerd en specialisten bezochten de bedrijven maandelijks.

De klauwproblemen werden eerder ontdekt, de behandelmogelijkheden verbeterden en het aantal koeien met verminderde mobiliteit nam af. Ook noemden de auteurs economische voordelen door lagere behandelkosten en minder productieverliezen.

Verbetering vraagt om samenwerking en volhouden

De belangrijkste les is dat kennis over klauwgezondheid moet worden vertaald naar concrete, uitvoerbare maatregelen die passen bij het bedrijf. Daarvoor zijn een goede uitgangsmeting, duidelijke afspraken, tijdige behandeling en betrouwbare registratie belangrijk. Maar ook regelmatige evaluatie is nodig: werken de maatregelen en waar moeten ze worden bijgestuurd?

De onderzoekers benadrukken dat de melkveehouder, dierenarts, klauwverzorger en bedrijfsmedewerkers hierin gezamenlijk moeten optrekken. Het is bovendien belangrijk dat verbeteringen onderdeel worden van de dagelijkse bedrijfsroutine. Alleen dan kunnen behaalde resultaten op langere termijn worden vastgehouden.

Wat betekent dit voor de praktijk?

De 2 Duitse praktijkprojecten laten zien dat op bedrijven met veel koeien met verminderde mobiliteit ruimte kan zijn voor aanzienlijke verbetering. Een goede start is om samen met de dierenarts en klauwverzorger te bepalen waar de belangrijkste knelpunten liggen. Vervolgens kunnen gerichte maatregelen worden gekozen en de resultaten regelmatig worden gecontroleerd.

Daarbij verdient ook de behandelplek aandacht. Kunnen koeien met een verminderde mobiliteit snel, rustig en veilig worden vastgezet en behandeld? En is voor iedereen duidelijk wie een koe met een verminderde mobiliteit signaleert, wie actie onderneemt en hoe de bevindingen worden geregistreerd?

De praktijkprojecten omvatten in totaal 7 geselecteerde bedrijven en kenden allebei geen controlegroep. De resultaten zijn daarom veelbelovend, maar vormen geen bewijs dat dezelfde verbetering op ieder melkveebedrijf zal optreden. Betere klauwgezondheid begint met inzicht in de eigen bedrijfssituatie en wordt bereikt door samen gericht aan verbeteringen te werken. Niet één standaardoplossing, maar een aanpak die past bij het bedrijf én consequent wordt uitgevoerd.

Wetenschappelijke bron
Rachidi, F., Vogel, L., Kretschmann, J., Schmidt, E., Džakula, S., Bittner-Schwerda, L., Fluher, T., Ullrich, E., Schären-Bannert, M. & Starke, A. (2026). Claw disorders in cattle: Herd health analysis, diagnosis and onfarm treatment. Proceedings of the 33rd World Buiatrics Congress, Istanbul, pp. 278-282.

Homepage KlauwTotaal