Fosfaatreductieplan: vragen en antwoorden

Vragen

Geven onderstaande antwoorden en de Q&A-lijst geen antwoord op uw vraag, dan kunt u contact opnemen met het Fosfaatreductieloket.

Schriftelijk

U kunt uw vraag alleen schriftelijk indienen via het Fosfaatreductieloket contactformulier. Het streven is om uw vraag zo spoedig mogelijk te beantwoorden.

Hieronder vindt u de meest gestelde vragen zoals deze bij het Fosfaatreductieloket worden gesteld.

Uitgebreid overzicht Vragen en Antwoorden – versie 12 – 13 september 2017
Naast onderstaande verkorte weergave van de meest gestelde vragen is er ook een uitgebreid overzicht van de Vragen en Antwoorden Regeling fosfaatreductieplan 2017.

Disclaimer
De antwoorden op deze website zijn een service namens ZuivelNL. U kunt hieraan geen rechten ontlenen.

1. Wat is het verschil tussen de Fosfaatreductieregeling en het wetsvoorstel fosfaatrechten?
De overeenkomsten en verschillen staan in deze bijlage.

2. Hoeveel stuks rundvee moet ik reduceren?
Dit is per bedrijf verschillend. De referentie is gebaseerd op uw vrouwelijke runderen die op 1 oktober 2016 geregistreerd stonden in het I&R-systeem van RVO. Als dit er meer zijn dan op 2 juli 2015, geldt voor uw bedrijf een reductiedoelstelling.

3. Stopt de regeling na december?
Hoewel de fosfaatreductieregeling op 31 december 2017 eindigt, zal de afwikkeling nog enige tijd doorlopen in 2018, vanwege:
– de vaststelling en verrekening van heffingen en bonussen over periode 5;
– de verwerking van gegevens van bedrijven waarbij (bijvoorbeeld vanwege bedrijfsoverdrachten) nog niet alle periodes zijn afgewikkeld;
– de controle op afgevoerde koeien.
Melkveebedrijven die deze maand of de laatste drie maanden runderen die tenminste eenmaal hebben gekalfd afvoeren of hebben afgevoerd, kunnen alsnog met een hogere heffing worden geconfronteerd als zij deze in het begin van het nieuwe jaar terug halen naar het eigen bedrijf.
Het binnen vier maanden laten terugkeren van koeien die ten minste eenmaal gekalfd hebben en die tijdelijk elders waren gestald, leidt tot een herberekening van de melkveestapel met terugwerkende kracht tot het moment van afvoeren.

4. Moet per 31 december 2017 het doelstellingsaantal (1 oktober 2016) gelijk zijn aan het referentieaantal (2 juli 2015)?
Het doelstellingsaantal hoeft niet gelijk te zijn aan het referentieaantal. Voor de maand december (periode 5) geldt dezelfde situatie als voor de maanden augustus (periode 3) en oktober (periode 4). Het verminderingspercentage van het aantal GVE’s op 1 oktober 2016 bedraagt 12. Dit betekend dat voor periode 3, 4 en 5 hetzelfde aantal GVEe’s op het bedrijf aanwezig kunnen zijn. Daarnaast hoeft reductie nooit verder te gaan dan het referentieaantal van het betrokken bedrijf.

5. Waar staan mijn aantallen?
Via melkweb (FrieslandCampina) en Z-net (overige zuivelondernemingen) is een portal beschikbaar voor het fosfaatreductieplan waarin uw gegevens stapsgewijs worden geladen, nadat de RVO deze heeft vrij gegeven.
U kunt ook uw I&R-gegevens voor 2 juli 2015 en 1 oktober 2016 zelf raadplegen in het I&R-systeem
(inloggen op mijn.rvo.nl). Houdt u rekening mee dat voor het fosfaatreductieplan alle UBN verbonden aan uw bedrijfsregistratienummer worden samen geteld.

6. Wat zijn de gevolgen dat niet-melkleverende bedrijven niet meer onder de Regeling vallen?
De regeling voor melkleverende bedrijven is zo aangepast dat het tijdelijk elders onderbrengen van dieren op niet-melkproducerende bedrijven wordt tegengegaan.
Om een heffing te voorkomen gelden daarom voor melkveebedrijven twee extra voorwaarden bij het behalen van de reductiedoelstelling. Ten eerste introduceert de gewijzigde regeling een nieuw begrip: het jongveegetal (zie vragen 7, 8 en 9). Ten tweede is een extra voorwaarde verbonden aan de afvoer van runderen die tenminste eenmaal gekalfd hebben. Deze dieren mogen niet binnen 4 maanden terugkeren op het melkveebedrijf. Bij terugkeer worden ze met terugwerkende kracht als niet afgevoerd beschouwd.

7. Wat is het jongveegetal en waar kan ik dit vinden?
Het jongveegetal is de verhouding tussen het op het bedrijf aanwezige jongvee (vrouwelijk vee tussen 0 – 1 jaar en ouder dan 1 jaar maar nog niet afgekalfd) en het aantal afgekalfde koeien op 28 april 2017. Het jongveegetal is alleen van toepassing op melkveebedrijven die jongvee ouder dan 35 dagen afvoeren naar een melkleverend of niet-melkleverend bedrijf in Nederland. Het jongveegetal is dan van toepassing voor de rest van het jaar c.q. fosfaatreductie periodes. Het jongveegetal is niet van toepassing indien melkveebedrijven uitsluitend jongvee afvoeren voor dood, slacht en export, of nuka’s tot de leeftijd van 35 dagen.
Het jongveegetal is gebaseerd op 28 april 2017 en staat op het portal rechts bovenin onder de melding van grondgebondenheid.

8. Hoe weet ik of ik rekening moet houden met het jongveegetal?
Dit zal niet op het portal getoond worden. Op de beschikking ziet u of er bij u voor de rest van het jaar met het jongveegetal gerekend wordt. U dient zelf na te gaan of u jongvee ouder dan 35 dagen heeft afgevoerd naar een (niet)-melkleverend bedrijf. De rekenvoorbeelden kunt u hier vinden.

9. Moet ik een af- en aanvoermelding doen in I&R als ik runderen naar een keuring/evenement breng? Geldt dit als aan- en afvoer? Geldt dit zelfde ook voor het jongveegetal?
Als de af- en aanvoer plaatsvindt op één dag of binnen twee dagen, dan past RVO een technische correctie toe in I&R. Dit leidt niet tot een geldsom voor u als houder of voor het evenement. De technische correctie in I&R heeft tot gevolg dat de afvoer niet gezien wordt als afvoer. Dit heeft geen gevolgen voor of toepassing van het jongveegetal. Dit betekent concreet dat jongvee naar een keuring of evenement, waarbij af- en aanvoer m binnen één of twee dagen plaats vindt, niet als afvoer wordt beschouwd (naar een Nederlandse veehouder). Tevens treedt het jongveegetal daarmee niet in werking.

10. Hoe kom ik in aanmerking voor een bonus en waar vind ik de-minimisverklaring?
Bedrijven die een GVE maandgemiddelde hebben dat lager is dan het referentieaantal kunnen een bonus ontvangen. De bonus geldt voor maximaal 10% van het referentieaantal van 2 juli 2015. Bovendien mogen bedrijven in 2015, 2016 én in 2017 in totaal (inclusief deze bonus) niet meer dan 15.000 euro aan de-minimissteun voor de landbouw ontvangen. Dat moeten zij verantwoorden door middel van een zogenoemde de-minimis verklaring. Zonder deze verklaring wordt geen bonus toegekend. Deze verklaring vindt u via het portal op melkweb/Z-net. In het tabblad “documenten” staat een link naar de verklaring met een toelichting.

11. Ik heb een uitschaarformulier ingevuld en nu worden die dieren niet meer bij mijn referentie opgeteld. Hoe kan dat?
Wanneer u in 2017 ook dieren uitschaart, geldt de correctie alleen voor periode 1 en 5. Dit is de reden waarom de dieren die u toegewezen heeft gekregen op dit moment niet bij uw referentie opgeteld worden.

12. Waar kan ik bezwaar maken tegen deze regeling?

U kunt geen bezwaar maken tegen de regeling, alleen tegen een besluit op basis van de regeling. Het besluit dat op uw bedrijf van toepassing is betreft de beschikking die u van uw zuivelonderneming ontvangt. Deze beschikking ontvangt u per post en is digitaal terug te vinden in het portal onder tabblad “documenten”. Verrekening van de geldsom vindt plaats via het melkgeld van uw zuivelonderneming.

deze pagina is gewijzigd op 11 december 2017

Fosfaatreductieplan: algemeen