Fosfaatreductieplan: vragen en antwoorden

Hieronder vindt u de meest gestelde vragen zoals deze bij het Fosfaatreductieloket worden gesteld.

  1. Welke bedrijven vallen onder de Regeling Fosfaatreductieplan 2017?
    De regeling is alleen van toepassing is op bedrijven die koemelk produceren bestemd voor consumptie of verwerking. Op 28 april is een wijziging van de regeling gepubliceerd in de Staatscourant. De regeling is niet meer van toepassing voor niet- melkleverende bedrijven. De gevolgen hiervan staan in vraag 2. Verder is besloten om runderen van bepaalde zeldzame rassen die na 1 oktober 2016 zijn of worden geboren uit te sluiten van de regeling. Deze dieren moeten worden gemarkeerd in het I&R-systeem.
  2. Wat zijn de gevolgen dat niet-melkleverende bedrijven niet meer onder de Regeling vallen?
    De regeling voor melkleverende bedrijven is zo aangepast dat het tijdelijk elders onderbrengen van dieren op niet-melkproducerende bedrijven wordt tegengegaan.
    Om een heffing te voorkomen gelden daarom voor melkveebedrijven twee extra voorwaarden bij het behalen van de reductiedoelstelling.
    Ten eerste introduceert de gewijzigde regeling een nieuw begrip: het jongveegetal. Dat is de verhouding tussen het op het bedrijf aanwezige jongvee (vrouwelijk vee tussen 0 – 1 jaar en ouder dan 1 jaar maar nog niet afgekalfd) en het aantal afgekalfde koeien, zoals die bestond op 28 april 2017.
    Afvoer van jongvee telt alleen mee als reductie, zolang de verhouding (in GVE) tussen jongvee en  melkkoeien groter of gelijk is aan het jongveegetal.
    Wanneer een melkveehouder dus wil reduceren door extra jongvee af te voeren, dan moeten naar verhouding evenveel extra melkkoeien afgevoerd worden.
    Ten tweede is een extra voorwaarde verbonden aan de afvoer van  runderen die tenminste eenmaal gekalfd hebben::  deze dieren mogen niet binnen 4 maanden terugkeren op het melkveebedrijf. Bij terugkeer worden ze met terugwerkende kracht als niet afgevoerd beschouwd.
  3. Wanneer wordt de eerste beschikking verstuurd?
    Op basis van de (gewijzigde) regeling ontvangt elk melkveebedrijf op of omstreeks 15 mei een beschikking. De beschikking is een officieel besluit van de overheid, waarin de te betalen of te ontvangen bedragen staan vermeld. Op deze beschikking staat het logo van de zuivelonderneming. Dat komt omdat de zuivelonderneming de regeling uitvoert namens de Staatssecretaris van Economische Zaken. Die heeft de zuivelonderneming daarvoor het mandaat gegeven. De zuivelondernemingen verrekenen de heffingen en de bonussen namens het ministerie, via het melkgeld. Melkveebedrijven die niet leveren aan een zuivelonderneming die is  aangesloten bij ZuivelNL ontvangen hun beschikking direct van de overheid.
    De beschikking die melkveehouders medio mei ontvangen, gaat over de maanden maart en april, de eerste periode van de regeling. Deze beschikkingwordt begin juni  met het melkgeld  verrekend.
  4. Waar staan mijn aantallen? Wanneer krijg ik die? Hoe word ik geïnformeerd wanneer deze beschikbaar zijn?
    Via melkweb (FrieslandCampina) en Z-net (overige zuivelondernemingen) is een portal beschikbaar voor het fosfaatreductieplan waarin uw gegevens stapsgewijs worden geladen, nadat de RVO deze heeft vrij gegeven.
    U kunt ook uw I&R-gegevens voor 2 juli 2015 en 1 oktober 2016 zelf raadplegen in het I&R-systeem (inloggen op mijn.rvo.nl). Houdt u rekening mee dat voor het fosfaatreductieplan alle UBN verbonden aan uw bedrijfsregistratienummer worden samen geteld.
  5. Wat is het verschil tussen de Fosfaatreductieregeling en het wetsvoorstel fosfaatrechten?
    De overeenkomsten en verschillen staan in deze bijlage.
  6. Hoe zie ik in de portal mijn voortschrijvend maandgemiddelde aan GVE’s van 2017?
    Deze I&R-gegevens zijn thans beschikbaar in de portal. Voor inzage dient u ZuivelNL te machtigen. Dit kan in de portal digitaal. Daarna worden uw actuele I&R-gegevens geladen.
  7. Waar kan ik bezwaar maken tegen deze regeling?
    U kunt geen bezwaar maken tegen de regeling, alleen tegen een besluit op basis van de regeling. Het eerste besluit dat op uw bedrijf van toepassing is, zal de beschikking over april zijn. Deze ontvangt u in medio mei. Dit besluit wordt vervolgens begin juni met het melkgeld over de maand mei verrekend.
  8. Hoeveel stuks rundvee moet ik reduceren?
    Dit is per bedrijf verschillend. De referentie is gebaseerd op uw vrouwelijke runderen die op 1 oktober 2016 geregistreerd stonden in het I&R-systeem van RVO. Als dit er meer zijn dan op 2 juli 2015, geldt voor uw bedrijf een reductiedoelstelling. U kunt zelf een berekening maken voor uw bedrijf via het rekenmodel op deze site.
  9. Is het mogelijk om een referentie over te nemen van een ander bedrijf?
    Het (deels) overnemen van een referentie van een ander bedrijf is enkel mogelijk bij een (gedeeltelijke) bedrijfsovername. Meer informatie over (gedeeltelijke) bedrijfsovername is opgenomen in het document ‘uitgebreide vragen en antwoorden’.
  10. Welke afvoermogelijkheden heb ik om te reduceren?
    U bepaalt zelf de wijze van afvoeren. De reductie geldt pas als een rund is afgevoerd van het bedrijf en de registratie is verwerkt in het I&R-systeem. Indien u dieren afvoert naar een andere melkveehouder, dan heeft dit gevolgen voor zijn/haar reductiedoelstelling. Vanaf 28 april jl. is voor de reductie het jongveegetal van belang (zie vraag 2). Afvoer van jongvee telt alleen mee als reductie, zolang de verhouding (in GVE) tussen jongvee en melkkoeien groter of gelijk is aan het jongveegetal. Wanneer een melkveehouder dus wil reduceren door extra jongvee af te voeren, dan moeten naar verhouding evenveel extra melkkoeien afgevoerd worden.
    Alle afvoer van runderen die tenminste eenmaal gekalfd hebben blijft meetellen als reductie. Ook de afvoer naar niet-melkproducerende bedrijven blijft meetellen als reductie, De extra voorwaarde hierbij is dat deze dieren niet binnen 4 maanden terugkeren op het melkveebedrijf.

Uitgebreid overzicht Vragen en Antwoorden – versie 8 – 22 mei 2017
Naast bovenstaande verkorte weergave van de meest gestelde vragen is er ook een uitgebreid overzicht van de Vragen en Antwoorden Regeling fosfaatreductieplan 2017.

Vragen
Geven bovenstaande antwoorden geen antwoord op uw vraag, dan kunt u contact opnemen met het Fosfaatreductieloket.

Schriftelijk
U kunt uw vraag schriftelijk indienen via het Fosfaatreductieloket contactformulier. Het streven is om uw vraag op dezelfde dag te beantwoorden tussen 9.00 en 16.30 uur.

Telefoon
Wilt u liever telefonisch contact met een medewerker van het Fosfaatreductieloket? Zij zijn bereikbaar via telefoonnummer 038 – 4572855 op werkdagen tussen 09.00 en 16.30 uur.

Bereikbaarheid Fosfaatreductieloket
In verband met de komende feestdagen is het Fosfaatreductieloket niet bereikbaar op:
– donderdag en vrijdag 25 en 26 mei (ivm Hemelvaartsdag)
– maandag 5 juni (Tweede Pinksterdag)

Disclaimer
De antwoorden op deze website zijn een service namens ZuivelNL. U kunt hieraan geen rechten ontlenen.

deze pagina is gewijzigd op 22 mei 2017

Fosfaatreductieplan: algemeenFosfaatreductieplan: rekenmodel